Inhoud
Open Inhoud
Dag 1 – St. Petersburg-Veliki Novgorod
30/7/2004 11:30 - 17:00 | #liften=2 | afstand=269 km

Na een paar dagen met vrienden uit Nederland in St. Petersburg doorgebracht te hebben en de nodige acclamatisatie ondergaan was, was het zover. Vroeg in de morgen met de metro vanuit mijn hotel naar station Zvezdnaya, vandaar uit is het zo’n 500 meter lopen naar de vleesfabriek Samson waarvan de poort geflankeerd wordt door twee grote gebeeldhouwde, koeien. Hier neemt de Moskovski Shosse de vorm van een snelweg aan, de M10 St.Petersburg-Moskou, en hier is al veel minder stadsverkeer. Op de kruising voor de poort van de vleesfabriek wordt niet te snel gereden en is voldoende plek voor auto’s en vrachtwagens om te stoppen. Kortom, een puike liftplek!
Het was natuurlijk toch een beetje spannend na al die bangmakerij door mijn landgenoten en het kostte me enige mentale moeite om mijn arm omhoog te krijgen maar uiteindelijk stond ik toch daadwerkelijk te liften in Rusland.
Gewoon je arm omhoog steken alsof je iemand vanaf een afstandje groet. Het gebruik van de opgestoken duim is meer iets West Europees en wordt in Rusland niet als een verzoek om een lift geïnterpreteerd. Liften met bordjes wordt ook afgeraden, deze zijn vaak slecht leesbaar voor naderende automobilisten en bij het begin van een 700km lange snelweg mag het toch duidelijk zijn welke richting je op wilt. Verder kan een bordje ‘Moskou’ automobilisten in dezelfde richting maar met andere eindbestemming ontmoedigen een bijdrage aan jouw transport te leveren. Als laatste argument mag gelden dat het gebruik van bordjes onhandig is: viltstiften gaan lekken, bordjes moeten voortdurend bij de hand gehouden worden, worden vaak per ongeluk in auto’s achtergelaten, kunnen natregenen etc. Probeer verder de automobilisten aan te kijken en let op of zij gebaren terug maken: dat ze vol zitten, of een andere kant opgaan bijvoorbeeld. Wanneer je dit soort signalen helemaal niet krijgt is er iets mis met de liftplek. Na zo’n 45 minuten wachten en zwaaien stopte Igor met zijn vrachtwagen vol audioapparatuur onderweg naar Moskou.

Igor was een getrouwde Sint Petersburger met twee kinderen en een toffe peer. Zijn hond, een bokser, was helaas 3 maanden geleden overleden en zijn vrouw zeurde al een tijdje om een nieuwe. Igor kon er niet langer onderuit, de nieuwe hond ging snel aangeschaft worden. Igor kwam direct uit Finland en had er zo’n 12 uur wachten bij de Finse grens opzitten. Hij was erg moe maar moest nog een heel eind. Hij trakteerde mij op een perfecte lunch bij een wegrestaurantje dat hem getipt was door een liftster die ook ooit door hem was meegenomen. De lunch beston uit soep en varkensschnitzel. Zelf dronk hij de nodige koffie.
Igor vertelde mij nauwgezet hoe de vork in de steel zit met de problemen die Rusland in de Kaukasus ondervindt. Ik moest de zaken die bij ons op de televisie vertoond werden niet al te veel geloven. Feit was, volgens hem, dat de mensen aldaar niet willen werken. Ze zijn gewoon lui en zien meer heil in het kidnappen van rijke mensen. Maar kidnap kwam bij ons toch ook wel voor, vroeg hij mij, en dat kon ik ook niet helemaal ontkennen. Bij het afscheid Igor een Nederlands souveniertje cadeau gedaan. Igor beweerde dat dit soort keramiek alleen in Rusland gemaakt werd. Het laatste stukje tot Novgorod met een man in een personenauto meegereden die in eerste instantie alleen stopte voor zijn blaas maar er na lediging van deze wel heil in zag mij wat verder te brengen. Zwijgzaam typ die alleen de moeilijke vraag stelde: “Waarom ga je niet met de trein ?”. Ik noemde hem de doelen van mijn reis en dat vond hij wel grappig. Bij de rand van de stad afgezet en met de bus verder tot het centrum.

Dag 2 – Veliki Novgorod-Tver’
31/7/2004 10:00 - 17:00 | #liften=1 | afstand=300 km
Na uitstekende avond in Novgorod, de volgende ochtend met stadsbus 6 de rivier de Volzhov overgestoken en blijven zitten tot het eindpunt. Toen nog ongeveer 1 km gewandeld langs een gloednieuw ogende Dirol kauwgum fabriek (Stimorol) tot het beginpunt van de weg richting zuiden die een stukje later weer aansluit bij de M3 richting Moskou. (Novgorod zelf ligt niet aan de M3). Daar is een pompstation en een politiepost (DPS) waar iedereen afremt. Mijn liftplek zag er goed uit alleen werd ik belaagd door van die grote steekvliegen, pikdazen, horzels of hoe ze ook mogen heten hetgeen mijn anders zo standvastige lifthouding geen goed deed.

Na zo’n 10 minuten werd ik toegefloten door een agent van de politiepost die twee vrachtwagens aangehouden had. Zij werden door hem gesommeerd mij mee te nemen ! Thanks a lot, of ‘Spasiba Bolshoi’, on the road again. Mijn nieuwe driver heette Marcel, een tataar. Natuurlijk was hij een beetje korzelig in het begin, zijn baas had het meenemen van lifters verboden maar ja, hier bleek de agent een hogere baas. Toch bleek hij verder uiterst geschikt. Hij maakte deel uit van een konvooi van vier koelvrachtwagens met citroenen afkomstig van een schip in de St.Petersburgse haven onderweg naar Moskou. Hij reed het stuk St. Petersburg-Moskou zo’n veertien keer per maand, 700 km heen, en 700 km terug, niet veel vrije tijd dus als je rekent dat dit stuk zo’n 13 tot 15 uur kost. Marcel was met een russische getrouwd en zodoende in St. Petersburg terecht gekomen. Hij was al meer dan 17 jaar lang niet meer in zijn geboorteplaats Kazan (hoofdstad van de autonome deelrepubliek Tatarstan) geweest. Zijn zoon werkt in de vleesfabriek maar is vastbesloten om ook vrachtwagenschauffeur te worden. Marcel had zijn dienstijd doorgebracht bij de marine en had het daar zo goed naar zijn zin gehad (getuige diverse tatoeages) dat hij wel een verdere carriere in het leger ambieerde. Perestroika en het uitéénvallen van de USSR hadden echter roet in het eten gegooid en nu zat hij alweer heel wat jaartjes op de vrachtwagen. Hij was wel blij met het feit dat hij nu een westerse truck reed (Mercedes), dat was een stuk gezonder dan een russische Kamaz, zonder veel vering, zonder veel verwarming in de winter en zonder veel airco in de zomer en een continu hels kabaal van de motor.

In een Kamaz had hij enkele jaren lang in konvooien het traject St. Petersburg-Murmansk gereden ( 1500 km), ‘s Winters als een eskimo ingepakt vanwege de kou van -20, -30 of kouder.
Hij vertelde dat hij een keer onderweg in de winter een kapotte truck had aangetroffen met een halfbevroren chauffeur en diens zoon die voor een gelegenheid meegenomen was. Ze hadden wel een klein vuurtje gemaakt maar de aankomst van Marcel had de echte redding betekend. Met behulp van wat wodka was de kou te lijf gegaan en volgde er een feestje (tousofka) in de cabine van de Kamaz waarna Marcel ze verder meegenomen heeft.

Met Marcel en zijn drie collegae ook weer in een wegrestaurant gegeten, wederom prima te doen. Na 300 km afgelegd te hebben ben ik uitgestapt aan de westkant van Tver’, vlak na de brug over de Wolga waar de M10 een trambaan kruist. Met een hobbelige tram nummer 16 het centrum van Tver’ bereikt, een stad die ouder is dan Moskou maar met verder maar weinig bezienswaardigheden.

Dag 3 – Tver’-Moskou
1/8/2004 11:00 - 15:00 | #liften=1 | afstand=157 km
Na een matig boeiend bezoek aan Tver’ de volgende morgen met dezelfde tram weer terug naar de M10 gehobbeld voor het laatste stukkie tot Moskou. Na niet lange tijd stopte Vladimir in zijn busje onderweg naar Moskou. Vladimir was een iets oudere man en werkte voor een boekengroothandel. Verder was hij PA man voor één of andere band en hij had zijn autoradio aangesloten op wat apparatuur die achterin het busje stond. Hij had meer tekst dan de vrachtwagenchauffeurs van de vorige dagen en we hadden meer gespreksonderwerpen. Hij was duidelijk politiek geïnteresseerd; er was van alles mis nog in Rusland maar dat alles was zeker niet de schuld van de huidige president.

Hij was de eerste chauffeur die iets meer van Nederland wilde weten dan kwaliteit van de wegen en de bier- en benzineprijzen. Hij vertelde veel wetenswaardigheidjes over de stadjes waar we doorheen reden en vaak lang in de file stonden. Zo was er Klin, de woonplaats van Tsjaikovski, Zelenograd, een soort centrum van de radiowetenschap met veel fabrieken en instituten, en Chimki, het dichtste punt nabij Moskou dat door de Duitsers in WWII bezet is geweest en van waaruit ze met hun verrekijkers de koepels van het Kremlin in de zon zagen glinsteren. Onderweg werd hij ook nog heel stevig beboet omdat er iets niet in orde was met zijn papieren.
Toen ik hem vroeg naar zijn favoriete bier (één van mijn vooraf bedachte vragen voor de dode gespreksmomenten) vertelde hij me dat hij acht jaar geleden gestopt was met drinken nadat hij letterlijk doodziek was geworden van een literfles bier die hij dronk in Volgograd. Nadat hij de literfles voor zo’n driekwart geledigd had is hij ergens op straat ingestort en toen hij doodziek weer bijkwam op dezelfde plek zag hij dat er onderin de fles een dikke laag tabaksdrab neergedaald was dat er volgens hem doorheen gemixt was om de smaak op orde te krijgen. Vrij bizar verhaal.

Ik werd afgezet op een afrit van de indrukwekkende ringweg van Moskou (МКАД) die enkele jaren geleden gereed is gekomen. Daar kon ik direct een bus instappen richting het dichtstbijzijnde metrostation. In de bus was nergens een kaartje te koop (ik heb ook niet echt gezocht) maar bij het eindstation bleek er een tamelijk onvriendelijke controleur bij de uitgang te staan, met het postuur van een uitsmijter. Samen met een aantal oude vrouwtjes was ik de pineut, nog wat geprobeerd te praten, “ik spreek geen Russisch, ben een toerist”, maar het mocht niet baten, de boete (штраф) bedroeg 100 roebel (3 euro) tot grote ontzetting van de andere zwartrijders. Verder gereisd met de onovertroffen Moskouse metro naar mij favoriete hotel in Moskou, Izmailovski Park.
Dag 4 – Moskou-Oekraïense grens
3/8/2004 9:30 - 21:00 | #liften=7 | afstand=523 km
Nadat ik de vorige dag mijn 32e verjaardag gevierd had met bier aan de Tverskaja boulevard in Moskou met Lena en Lena, was het tijd om weer verder te liften. Vroeg opgestaan en na een uur in de metro doorgebracht te hebben en nog een kwartier in een bus stond ik om 9:00 ‘s ochtends aan het begin van de M3 met 850km tot Kiev voor de boeg. De liftplek bleek uitstekend en is als volgt te bereiken: neem de metro tot Joego-Zapadnaja, het eindpunt van de Kaloezhsko-Rizhkaya metrolijn (de beige lijn) en neem daar bus 607 of 714 en druk op het knopje zodra je onder de niet te missen ringweg door bent gekomen. Bij de bushalte is de goede plek.

Hoewel het verkeer er voorbijraasde stopten er binnen no time twee auto’s maar beide gingen mij niet ver genoeg. De derde, een busje, ging tot vliegveld Vnukovo maar de chauffeur wilde mij wel iets verder brengen, tot de volgende afslag. De M3 ging al snel over in de gebruikelijke twee baansweg waarlangs in principe overal gelift kan worden (geen vangrail en brede ongeasfalteerde vluchtstroken waar makkelijk gestopt kan worden). De chauffeur bleek een zakenman die een vlucht moest halen en halverwege, na wat telefoontjes en bij het zien van wat filevorming, leek het hem toch link om mij veel verder te brengen aangezien hij een vliegtuig moest halen.

Vanaf de plek waar hij mij eruit zette, kreeg ik onmiddellijk een nieuwe lift van een jongeman genaamd Sergej. Sergej zag er niet best uit evenmin als zijn Gazelle busje van Sovjet makelij. Bij het voorstellen kreeg ik in plaats van een hand, alleen een arm. Het bleek dat hij de vingers van zijn rechterhand niet kon bewegen en deze hand als een soort etalagepoppenhand met hem meedroeg. Zijn hele rechterarm was ook met een soort groene zalf ingesmeerd. Verder was zijn onderlip over de hele breedte één grote korst; alles suggereerde dat hij onlangs in een stevig robbertje vechten betrokken was geweest. Mijn aanbod om hem te fotograferen vond hij niet geslaagd en werd afgeslagen. Hij kon met zijn vuist gelukkig nog wel een beetje sturen want hij gaste stevig door en vond het nodig om alles en iedereen op de tweebaansweg in te halen. Zijn linkerhand had hij nodig om te roken en te schakelen. Sergej vroeg of ik de russische vrouwen al geprobeerd had en vertelde dat het niet meer dan 150 roebel kostte (5 eruo), maar verderop in de provincie de prijzen waarschijnlijk wel wat lager lagen. Sergei woonde in Balabanovo waar de fabriek staat die, volgens eigen zeggen, de ‘betere lucifers van Rusland’ maakt. Bij het uitstappen kwam de vraag, “zit er voor mij niet een souveniertje uit Holland in ?”. Ik weet niet precies in welke vorm hij zich dit souveniertje voorstelde, maar na een vlugge greep in mijn handtas kon ik hem twee delfts blauwe klompjes in zijn pijnlijke knuistje drukken, hij was erg blij verrast en we namen afscheid.
Daarna snel weer een korte lift gehad van zwijgzame chauffeur in een nogal wrakkige Kamaz. De sovjet ontwerpers van de Kamaz hebben 50 jaar geleden voornamelijk het aantal PK’s van de motor in gedachten gehad. Comfort voor de berijders was zeker geen prioriteit. Het lijkt een beetje alsof je in de motor van de wagen zelf plaatsneemt tussen de slangen en de stangen in. De chauffeur moet over een behoorlijke lichaamskracht beschikken om de spartaans uitgevoerde rem, versnellingpook, stuur en gaspedaal te kunnen bedienen. Al met al een interessante ervaring die in kwaliteit echter sterk afneemt naarmate hij langer duurt.

Er volgde wederom een korte lift, de vierde reeds vandaag, deze keer van een gezellige vrachtwagenchauffeur op leeftijd, Vitka. Vitka vertelde dat hij de 16 kilometer die ik met hem meereed al 17 jaar elke dag ettelijke malen op en neer reed. Ik kon daarop niet veel slimmers opmerken dan dat hij de weg waarschijnlijk wel goed kende nu.
Op de plek waar Vitka een afslag nam, en ik zijn Kamaz verliet, ontmoette ik twee echte russiche hippie lifters, Volodja (Mowgli) en zijn vriendin, van het type waarover ik zoveel gelezen had. Ze woonden in Sint-Petersburg en waren op weg naar het Rainbow Gathering in Bulgarije. Ik was zelf in 1994 ook een keer op het Rainbow festival terecht gekomen, dat toen in Lubljana, Slovenië, plaatsvond. Dit is een jaarlijks terugkerend hippie event. Ja hippies, ze bestaan nog in grote getalen in Oost Europa. Toen ik Mowgli vroeg of hij wel eens deelgenomen had aan liftwedstrijden, geen onbekend fenomeen in de nederlands studentenscene maar ook voorkomend in Rusland, antwoorde hij met een sterk amerikaans accent, ‘No, it is competition, and competition is bad!’ Ik kreeg wat rozijntjes van ze en zij mochten van mijn water drinken. Ze kenden mijn helden A.Krotov en S.Bolshenko (de laatste zelfs persoonlijk) over wie ik reeds eerder schreef op mijn website. Krotov was volgens Mowgli momenteel weer op reis in India wat zou verklaren waarom hij mijn email niet beantwoordde. Na een kort praatje en het uitwisselen van de adressen namen zij een positie in een stukje achter mij, zoals het hoort volgens een ongeschreven liftersregel.

Al snel werd ik weer meegenomen, opnieuw door een busje, met daarin Yuri. Yuri was echt een erg leuk klein ventje die razendsnel praatte en op dito wijze zijn auto bestuurde. De weg was echter kaarsrecht en vrijwel leeg, dus erg onveilig was het niet. Met hem reed ik in relatief korte tijd zo’n 300km mee tot de afslag naar Bryansk, zijn eindbestemming.
Onderweg praatte hij honderduit en naarmate we vorderden ging ik hem steeds beter verstaan. Hij was een echte natuurgenieter en hield niet van de grote stad en stedelingen en zeker niet van Moskou. Was dol op piknikken, wandelen, camperen, en vooral kampvuurtjes maken. Tijdens het praten hierover raakte hij zo in vervoering dat hij mij plots voorstelde om nu gelijk de natuur in de gaan en een kampvuurtje te bouwen. Een moment later bedacht hij zich echter weer en trok zijn aanbod in. Ik had ook geen tijd voor dit soort zaken dus vond het niet zo erg. Hij had ook een zoontje, zo vertelde hij, en kon haast niet wachten tot junior oud genoeg was om mee de natuur in te gaan. Yuri vertelde verder enthousiast over de vleesverwerkende fabriek in Kaluga waar hij werkte. Yuri poneerde de boude stelling dat Rusland het armste en tegelijkertijd het duurste land ter wereld was. Deze stelling kon ik vrij gemakkelijk ontkrachten. Yuri ratelde vrolijk door over zijn 5.2 home theatre, zijn DVD collectie en zijn mobieltje en de kosten daarvan. Hij verbaasde zich uitermate over het feit dat ik thuis hometheatre noch auto had.

Gedropt bij de afslag naar Bryansk waren een aantal restaurantjes c.q. gaarkeukentjes en ik heb mezelf getrakteerd op een warme maaltijd met solyanka (russische soep), aardappelen met een kotelet en brood en appelsap. Dit kostte bij elkaar 60 roebel, minder dan 2 euro. Net toen ik alles achter de kiezen had kwamen ook Mowgli en zijn vriendin aan op de Rastätte. Deze keer mocht ik mijn waterfles vullen uit hun fles met vers water uit een beekje. Zij kregen van mij een hompje vers brood dat ik ook nog gekocht had.
Er was op deze plek niet veel verkeer meer en ik besloot wat wachtende vrachtwagenchauffeurs aan te spreken. Zo ontmoette ik Vova (Volodja), een Oekraïener uit Lwow (west oekraïense stad die voor WWII bij Polen hoorde). Vova was pas 30 maar zag er toch een stuk ouder uit dan ik. Hij had een dochtertje van al 9. Verder was hij gescheiden maar had gelukkig in Charkov (oost Oekraïne) een nieuwe vriendin gevonden die hij echter zelden zag. Hij was al zo’n vier maanden niet thuis geweest en zou het liefst op vleugeltjes (на крыльях) naar zijn meisje toevliegen. Vova was in principe onderweg naar Kiev maar de nieuwbakken Russich-Oekraïense grens met alle bureacratische rompslomp vandien zou hem zeker 24 uur wachttijd gaan kosten. Na een nog een aardig lange rit, waarbij Vova Oekraïense muziek opzette en ik onderweg Mowgli en vriendin weer zag staan, kwamen we bij de grens aan. Ik besloot deze te voet de te passeren en aan de Oekraïense kant verder te liften.

De grens ligt midden in een uitgestrekt desolaat weidenlandschap met nergens een boerderij of enig teken van bewoning. De grensovergang zelf is een grote ogenschijnlijke chaos, losjes gesitueerd langs de grotendeels onverharde weg met lange rijen wachtende vrachtwagens, groepjes ouwehoerende chauffeurs, geldwisselaars, oude vrouwtjes met grote tassen met allerhande voedsel en dranken in de aanbieding, dames van lichte zeden die echter moeilijk als zodanig te herkennen waren, en hier en daar wat golfplaten huisjes waarin het douanepersoneel zijn werk deed. Later begreep ik dat de wachttijden voor vrachtwagenchauffeurs hier recht evenredig zijn met het geld dat betaald wordt aan de douane. Mijn wasmachinegewassen paspoort zorgde voor de nodige beroering en klaarblijkelijk een aardige afwisseling op het eentonige stempelwerk. Een fake-streng kijkende douaneambtenaar, Igor, verklaarde als snel, ‘Peter, tvoi passport - ne normal’, en legde het met een diepe zucht terzijde. Met een krakkemikkig ultaviolet lampje werd daarna elke bladzij van het daar waarschijnlijk zelden aangetroffen nederlands paspoort aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen. Er werden meer beambten met meer strepen bijgehaald en ik kon zien dat elke bladzij van het paspoort met een handscanner opgenomen werd. Zeker een uur lang staan wachten. Wellicht had een subtiel geplaatst flapje het proces kunnen versnellen maar ik had de tijd, en wist dat alles in orde was. Op een gegeven moment was mijn paspoort er weer met het bericht, ‘Peter, goede reis gewenst!’ ( счастливо вам!).

Bij een hele mooie zonsondergang heb ik nog een tijdje staan liften maar er kwamen niet meer dan 4 of 5 voertuigen per uur de grens door en die waren stuk voor stuk afgeladen met mensen. Net toen ik besloot naar een slaapplek onder de open hemel uit te gaan kijken stopte er een auto met geblindeerde ruiten. Toen ik de deur opende zaten daar Mowgli en vriendin achterin maar ik kon er nog makkelijk bij met de rugzak op schoot. De wagen reed nog zo’n 30 km over de M3 de Oekraïne binnen tot het eerste kleine plaatsje. De bestuurder sprak trouwens goed engels. Daar werden Mowgli, zijn vriendin en ik gedropt bij een soort hotel annex duur maar compleet leeg restaurant. Er was genoeg natuur om een goede slaapplek te vinden.
Die avond werd het nog gezellig met het gasbrandertje van Mowgli, waarmee hij een soort rijstepapje maakte. Mijn brood werd verder opgegeten en ik bekende de twee dat ik niet uit geldnood aan het liften was. Ik heb biertjes voor ze gekocht en pistachenootjes en we hebben de dag afgemaakt met het uitwisselen van liftverhalen. Best gezellige types toch, die hippies. Mowgli’s vriendin ging mij in het stikkedonker foto’s laten zien van haar uitje naar de Krim. Een mooie slaapplek uitgezocht, eindelijk kon ik Petra’s matje eens gebruiken die tot dat moment alleen nog maar de zijkant van mijn rugtas gedecoreerd had. De hippies zetten hun lichtgewicht tentje op en gingen slapen. Ik nog even met Petra gebeld vanuit het oekraïense veld, wat naar de sterren liggen kijken en toen snel ingeslapen. Het einde van een mooie liftdag waarin ik goed opgeschoten was.

Dag 5 – Oekraïense grens-Kiev
4/8/2004 9:30 - 22:00 | #liften=2 | afstand=333 km
Toen ik wakker werd lag ik midden in een weiland waar een herder met een kudde koeien gearriveerd was. Mowgli en ik vonden de centrale pomp van het aanliggende dorpje waar we ons wasten en water meenamen voor het ontbijt.
Mowgli ging weer rijstepap maken alleen was hij zo onverstandig om de suiker al in het water te doen, nog voordat dit kookte. Zo ontstond een onwelriekend caramelachtig bruin-zwart mengsel waar ik helaas voor moest bedanken. De twee hadden absoluut geen haast, ze werden pas begin oktober weer in St. Petersburg op de universiteit terug verwacht. Ik nam weer afscheid van hen, en van het tandeloze herdertje dat er rustig bij was komen zitten en gulzig shaggies rookte, die hij uit voorgescheurd krantenpapiertjes gedraaid had. Het liften bleek hier vrij bar, de doorgaande weg was nog steeds de M3, de grens lag 30 km terug en ik wist dat daar niet veel verkeer doorheen kwam.

Na een half uurtje wachten, waarbij ik nog lang naar het herdertje heb gekeken die zo lekker op zijn rug tussen zijn koeien in het veld lag, stopte er een local die mij zo’n 50 km meenam naar de eerste stad van betekenis, volgens eigen zeggen. Het was een zwijgzaam typ, geen bijzonderheden. Ik werd afgezet in het stadje waarvan ik de naam nog steeds niet weet en dat ik totnutoe niet op de kaart terug heb kunnen vinden. Wel weet ik dat ik er meer dan drie uur heb staan wachten op een hete, hele stoffige plek. Fanatiek gezwaaid naar alles wat maar voorbij kwam maar het waren voornamelijk locals en ik bleef staan in de hete zon. Beetje ge-SMS-ed. Ook goed gekeken of Mowgli en vriendin misschien voorbij kwamen maar ik heb ze niet meer gezien. Korte gesprekjes gehad met voorbijgangers op brommers, fietsen en zijspannen die meestal eerst netjes vroegen of ze met mij mochten praten. Praatje gemaakt met een pooier in een Lada die met een zwaar opgedirkt, erg jong meisje rondreed en enthousiast deed over Amsterdam en een bepaalde voetbalclub die daarvandaan schijnt te komen. Later reed hij nog een keer voorbij en elke keer ging de vuist omhoog vanuit zijn raampje, een symbool dat in Rusland veek wordt gebruikt om waardering uit te drukken. Hetzelfde gebaar zag ik ook vaak terugkomen als het gesprek met mensen over Poetin ging. Een local vertelde me dat dit een hele hele moeilijke tijd was voor het land en er vooral op het platteland helemaal niks te halen is. Het platteland gaat langzaam dood, volgens zijn woorden, oude mensen sterven en jongelui trekken allemaal naar de steden waar meer kansen zijn op iets beters dan een semi-autonoom bestaan waarbij alleen van de producten van het eigen volkstuintje geleefd wordt. Deze situatie is op het russische platteland precies hetzelfde. Overal langs de weg zitten mensen met emmertjes paddestoeltjes, potten besjes, aardappelen, flessen water etc om het broodnodige bij te verdienen. Enige welvaartsgroei vindt alleen in de steden plaats.
Na drie uur wachten ben ik wat rond gaan lopen en een praatje gaan maken met chauffeurs van vrachtwagens die al er stonden toen ik aankwam. Ze stonden elkaar met veel handgebaar moppen te vertellen. Eéntje vertelde mij direkt dat hij geen plek had maar misschien zijn collega wel. In elk geval gingen ze pas over een uur weg. Naar aanleiding van mijn verschijning ging het gesprek over op lifters en het bleek dat één van hen eens een hele nacht was wakker gehouden door een lid van de Petersburgse Autostop Liga (sportieve lifters), die in lichtreflecterende overalls liften. Toen bleek dat ik ook voor de lol onderweg was en uit Nederland kwam mocht ik niet meer verder liften maar stonden ze erop dat ik met hun mee zou rijden. Ze zouden over een halfuurtje al gaan met eindbestemming Kiev! In de tussentijd kreeg ik koffie, thee en koek in het aftanse stacaravan truckerscafé en na een korte maar hevige wolkbreuk gingen we daadwerkelijk op weg. Het betrof een konvooi van vier vrachtwagens die reeds drie dagen onderweg waren vanuit Samara ( Zuid-Centraal Rusland) naar Kiev met Lada-Chevrolets jeeps. Lada bouwt daar trucks in een joint venture met General Motors. De deal is als volgt: de auto’s zijn gewoon Lada’s maar het merkje voor- en achterop is Chevrolet.

De chauffeurs waren Igor, Igor en Ljolja, diens langbenige dochter en nog een vierde chauffeur met zijn vrouw waarvan ik de namen niet meer weet. Ik kreeg een plekje in de truck bij één van de Igors en mijn rugzak ging in één van de Chevrolets achterop. Igor bleek goed gezelschap en een intelligente vent met een brede interesse. Hij sprak rustig en goed verstaanbaar. Moppen uitgewisseld en ik merkte weer wat vooruitgang in mijn russisch. We luisterden naar een radiokanaal dat af en toe een frans of engels nummer speelden en Igor vroeg mij in die gevallen de strekking van de tekst te vertalen. Het deed hem goed te horen dat ook engelse en franse liedjes vaak over (onmogelijke) liefde en verre meisjes gingen. Het leven van de vrachtwagenchauffeurs is erg zwaar daar, ze zijn vaak maanden lang onderweg, rijden in wrakkige wagens en staan soms dagen stil voor reparaties of formaliteiten, worden om de haverklap aangehouden door de wegpolitie voor betalingen en leven gescheiden van vrouw en kinderen die ze slechts sporadisch zien. Velen zijn echtgescheden of aan hun tweede of derde huwelijk bezig. Hun huis is de vrachtwagencabine. Met een beetje geluk rijden ze in een konvooi, zoals Igor, en kunnen ze goed opschieten met de collega’s. Ze leven over het algemeen als ééndagsvliegen; alle mensen die mij een lift hebben gegeven waren zware rokers. Er wordt wodka gedronken zodra het maar enigszins mogelijk is. Het is dan ook geen verassing dat de gemiddelde levensverwachting van de russische man 58.9 jaar is (die van de russische vrouw overigens 72.3 jaar).

Zo’n 90 km ten noorden van Kiev gaat de M3 over in een vierbaans snelweg zoals wij ze kennen en kon er goed doorgereden worden op nog enkele lange gedwongen stopovers bij politieposten na. Mijn vriend Oleg wachtte op mij op het centrale plein in Kiev en was reeds aan de wodka begonnen. Hij begon mij met een hoge frequentie te bellen omdat hij zich zorgen maakte, die nog enigszins versterkt werden door zijn dronkenschap. Ik vertelde hem duidelijk dat ik eraan kwam en gaf mijn geschatte aankomsttijd door en heb toen mijn telefoon uitgezet. Later vond ik 29 berichten terug op mijn voicemail. In de buurt van Kiev waren er wegopbrekingen die de heren slim dachten te omzijlen door B-weggetjes te gaan nemen. Hierdoor naderden we Kiev echter slechts langzaam. Het was al donker toen ik vlak na de brug over de Dnjepr werd afgezet bij een groot klaverbad aan de rand van de stad. Van daaruit was het dichtstbijzijnde metrostation snel gevonden en een half uurtje later was mijn rendez-vous met Oleg en Max op Independence Square in Kiev een feit. Veni, vidi, vici!
